André Hoogeboom, schrijver journalist

De Formule 1 komy thuis
previous arrow
next arrow
Slider

André Hoogeboom (Alkmaar) wás sportjournalist en wérd schrijver van boeken. Na het succes van ‘Max, het ongeautoriseerde verhaal over de jongste Formule 1 winnaar ooit’, dat 28 weken in de bestsellerlijsten stond, verscheen Formule 1, het talent, de ambitie, de ego’s, het geld en de macht’, dat ook een bestseller werd. Na twee thrillers over de Formule 1, verscheen begin 2019 ‘Frans, in de geest van de wedstrijd’, een geautoriseerde biografie van misschien wel de beste scheidsrechter uit de geschiedenis van het Nederlandse voetbal.

Eind 2019 verschijnen twee nieuwe producties. De Formule 1 komt thuis, een anekdotische geschiedenis van het circuit Zandvoort, dat in 2020 de Formule 1 weer ontvangt en de Formule 1 WC-Pedia, een aflevering in een succesvolle Karakter-reeks. Alles wat je wilde weten over de Formule 1, maar bang bent om te vragen.

Nieuws

SPEECH NSP dd 27 januari 2020

Sport & media nieuwjaarsdiner

© RONALD SPEIJER

Over Zandvoort & de Formule 1 in Nederland

Tja, de Formule 1 en autosport. Het is toch een merkwaardig verhaal. Als ik vijf jaar geleden had geroepen dat we de F1 terug zouden krijgen in Zandvoort was ik denk ik afgevoerd naar Santpóórt. Of als ik er geld op had gezet had ik er een paar ton mee kunnen winnen. In de jaren dat ik deel uitmaakte van de sportredactie van het Noordhollands Dagblad had ik een chef die er niets van moest hebben. Hij vond een F1-race een elitaire optocht van verwende jochies en daar hadden wij, sportverslaggevers, niets bij te zoeken. Mijn chef had een voorkeur voor 1 pk. Ik voor zevenhonderd. 

Na 1985 stelde Zandvoort echt niets voor. Voor 1985 trouwens ook niet hoor. Die verheerlijking van de Formule 1 uit die dagen wordt grotendeels ingegeven door een nostalgisch verlangen naar vroeger, toen het allemaal veel beter was. Nou ja, ik vond de auto’s van toen wel veel mooier. Met de Lotus van ontwerper Colin Chapman als hoogtepunt. Met die prachtige sigaren op wielen, zonder toevoegingen van vleugels en spoilers was het nog autosport in zijn puurste vorm. Die wagens waren zelfmoordmachines, waarbij de coureurs alle zeilen moesten bijzetten om het ding op de baan te houden. Nu ook, daar niet van. Maar ánders.

Het kíjken op Zandvoort van voor 1985 was een heel ander verhaal en dat aspect wordt vaak geromantiseerd. We zagen namelijk weinig. Het was vaak koud, regenachtig, ongemakkelijk en we moesten maar raden wat er gebeurde bij de race. Er zar zand tussen ons broodje pindakaas en onze tenen. achter onze oren wegkrabben en zat er zelfs zand tussen de boterhammen pindakaas. Romantiek heeft ook z’n grenzen. Neemt niet weg dat het een belevenis was, een samenkomst van gelijkgestemden. 

Laten we voor het gemak de jaren dat er Formule in Nederland werd gereden de gouden eeuw van de autosport noemen. De kanonnen van de koningsklasse streken neer in een dorp van een paar duizend inwoners, dat prompt wereldnieuws werd. Ik hoef niet het hele verleden te gaan oprakelen, Daar zijn vele boeken over geschreven en vele uren tv aan gewijd. Maar toch nog even voor de duidelijkheid: ik was er in die dagen niet professioneel bij betrokken. Ik was liefhebber van de autosport. De verslaggevers van dienst waren een man of vier: Hans Botman, Berry Zand Scholten, later Coo Dijkman en Pim Stoel en daar was Dirk Buwalda, de persvoorlichter. Toen ik op de sportredactie in Alkmaar kwam werken was de F1 al afgeserveerd, verbannen naar krochten van de krant en dan nog maar in de vorm van een één of twee kolommertje. Alleen als er iets gebeurd was, een ernstig ongeluk op Monza of op Indianapolis kwam er een fotootje bij.

De sjieke kranten besteedden helemaal geen aandacht aan de autosport. Voor zover ik me kan herinneren, schreef de Volkskrant er weinig over en het NRC Handelsblad al helemaal niet. Zo lagen de verhoudingen en die werden er niet beter op toen Zandvoort de Grand Prix verloor. 

Er waren wel nogal overtuigende bewijzen van de stelling dat de autosport, en dan met name de Formule 1 een latente belangstelling had. Terwijl het circuit op z’n gat lag stak het af en toe het hoofd boven water. In… presenteerde Jacques Villeneuve zijn nieuwe auto in Zandvoort. Hoewel het een persbijeenkomst was, waar nauwelijks ruchtbaarheid aan was gegeven, zag het zwart van de mensen. Dat was de eerste indicatie dat er een grote belangstelling bestond voor de Formule 1. De organisatie, inclusief Zandvoort, werd volkomen verrast door de toestroom van belangstellenden.  De baan was volstrekt ontoereikend, maar voor een demo volstond Zandvoort prima. In die dagen was er geen enkele ambitie om de F1 terug te krijgen. De verhouding met FOCA, Formula One Management, in casu Bernie Ecclestone was non-existent. De Nederlandse polderpolitiek had hem dusdanig dwars gezeten dat hij er niet over peinsde het circus naar Nederland terug te brengen. Het verdienmodel was niet aantrekkelijk genoeg en er was altijd gedonder. Om geld natuurlijk, maar ook de milieubeweging en de politiek waren te lastig. Hij verhuisde zijn circus liever naar landen waar het allemaal makkelijker ging en hij met open armen werd ontvangen. Zo verliet Zandvoort langzaam maar zeker het wereldtoneel en bleef er voor autosportvolgers weinig over dan kruimels. De Marlboro Masters, het DTM, de tourwagens, wat in Duitsland een groot kampioenschap was, maar in Nederland niet. 

Tot Jós Verstappen ten tonele verscheen. In 1993 won hij de Masters en dat was het begin van een voorzichtige opleving van de autoport. Hij werd Formule 1-coureur en bracht de wedstrijdverslagen terug in de kolommen en een beetje op televisie. Olav Mol kreeg er een dagtaak aan. Tot Jos verdween en de F1 in Nederland business as usual werd. De jaren van Schumacher waren doodsaai. Later kwam Vettel, die vier keer op rij wereldkampioen werd en ineens, was daar….

Max Verstappen.

Zonder Max Verstappen had ik hier nu niet gestaan en was de Formule 1 een voetnoot gebleven in de sportjournalistiek. Het is werkelijk verbijsterend was hij teweeg heeft gebracht. Dit had niemand zien aankomen. Nou ja, een paar mensen rond de inner circle van het Limburgse fenomeen.

In zijn eentje heeft hij de sport teruggebracht naar het brandpunt van de belangstelling. Dat is des te opmerkelijker, omdat er bij mijn weten geen enkele tak van sport is geweest die zo snel uit z’n as is herrezen. In 1974 stelde het Nederlands elftal voor het wk ook niet veel voor. Maar het clubvoetbal heerste over de wereld. 

In de autosport heerste niets en niemand. Tot vijf jaar geleden!

De sport lag op één oor, Zandvoort leidde een sluimerend bestaan en onze coureurs reden achteraan of niet. Nederlanders rijden in schijtbakken die het veld vooruit duwen, zei een van hen. Het was gewoon een historisch gegeven. Als je de nationale hoogtepunten van de Formule 1 voor Max Verstappen op een rijtje zit, kom je op het bedroevend lage aantal van twee uit. De twee derde plaatsen van Jos in de Benetton in 1994. En Jos, laten we nu eerlijk zijn, werd als sportman nauwelijks serieus genomen. Iedereen wist dat hij goed kon racen, maar ook dat hij de wedstrijden vaak niet uitreed.

In 2004, na wat gerommel in de achterhoede, werd het weer stil rond de Nederlandse coureurs. We kregen Christijan Albers, Giedo van der Garde, een beetje Robert Doornbos, maar we hebben nooit echt kunnen zien hoe goed ze waren. En óf ze dat wel waren.

Een nationale arena hadden we ook niet. Zandvoort was overgenomen door een ondernemer, die het circuit vanuit economische motieven leidde. Hans Ernst was zijn naam. 27 jaar heeft hij het circuit overeind gehouden, maar ook langzaam maar zeker aangepast aan de eisen van de tijd. In 1987 was het immers failliet verklaard, schreef het rode cijfers, had de baan als nationaal centrum van de autosport afgedaan. Het werd een baantje. Van 2,5 kilometer. Internationaal nauwelijks serieus te nemen. Maar Ernst had een plan. De voormalig opticien zag een verdienmodel gloren aan de horizon. Dat klopte. Begonnen met niets stapte hij in 2016 uit als miljonair. Hans Ernst had gedaan wat zijn voorgangers hadden nagelaten.

Vaak haal ik in dit soort beschouwingen een citaat van Jan Lammers aan. Jan, die grossiert in creatieve one liters, zei altijd: als je iets te graag wilt, gaat het geld kosten. En hij kon het weten. Jan heeft miljoenen verbrand in de autosport, omdat hij zo graag wilde. De voorgangers van Hans Ernst wilden te graag. Jim Vermeulen, de ex-directeur met wie ik lange gesprekken heb gevoerd, was een liefhebber. Hij was zelf coureur zijn broer ook en hij had een raceteam. Als Zandvoort niet meer bestond waar moest hij dan terecht? Dat gold in feite voor iedereen die autosport bedreef. Zonder Zandvoort moesten ze naar Duitsland of België om te racen. Vermeulen stelde zelfs zijn leven in de waagschaal om die Formule 1 te behouden, toen hij neerstortte met zijn Chesnaatje op weg naar Bernie Ecclestone voor een bespreking. 

De belangstelling voor Formule 1 werd in die dagen behoorlijk overschat. Ik heb een lijstje met toeschouwersaantallen in die jaren in mijn boek opgenomen. 

Varierend van 35.000 tot 70.000. Nu worden er 105.000 toeschouwers verwacht.

Waaruit al blijkt dat geen vetpot was. Met zo weinig bezoekers bleef er niet genoeg over om te overleven. Hans Ernst pakte dat allemaal een stuk slimmer aan, maar hij had nooit het oogmerk of de ambitie om de F1 terug te krijgen. Je zou het ook realiteitszin kunnen noemen.

Terug naar het thema van deze avond:

Nederland terug op de wereldkaart. Zonder de andere sporten tekort te willen doen, mag ik wel zeggen dat de terugkeer van de Formule 1 in Zandvoort, het grootste bewijs van die stelling is. Het is niet minder dan een mirakel.

De Formule 1 is wereldwijd namelijk ongelooflijk groot. Om een paar voorbeelden te noemen: In 2019 keken in totaal bijna 2 miljard mensen wereldwijd naar de uitzendingen van de grands prix. Negen p[rocent meer dan het jaar ervoor en het hoogste aantal sinds 2012 (het jaar waarin Sebastian Vettel voor de derde keer wereldkampioen werd in de Red Bull). In Nederland keken honderd miljoen mensen naar het hele seizoen, ten opzichte van de jaren voor Max Verstappen een toename van 56%. Alleen in Brazilië, Italie, Duitsland en Engeland keken net zo veel mensen. En dit zijn de traditionele autosportlanden. Naar de GP van Italië keken 112 miljoen mensen. Naar Monaco, Brazilie en Duitsland ook meer dan honderd miljoen. Het zijn cijfers van het Formule One management, die misschien wat opgepoetst zijn, maar dan nog. Formule 1 is gigantisch

Hoewel er enkele natuurlijke vijanden op de loer liggen, zoals meer concurrentie van andere sporten en voorspelbaarheid van de races, groeit het aantal kijkers nog steeds. En als we de tweede helft van 2019 als graadmeter nemen voor de nabije toekomst valt het met de voorspelbaarheid wel mee. Bovendien in 2020 zijn er twee nieuwe circuits te bewonderen: Vietnam en ….Zandvoort. Waardoor automatisch meer belangstelling wordt gewekt.

Als Nederland op 3 mei aan de buis gekluisterd zit om gezellig naar de Grand Prix van Zandvoort te kijken, zitten de Chinezen te kijken met het bord op schoot en Amerikanen bij het ontbijt. Het gaat bovendien maar door, het hele jaar. Vorig seizoen waren er 21 races, dit jaar 22. Van maart tot december is er autoracen op televisie.  

F1 is kortom gigantisch en kan zich meten met mega sportevenementen als de Olympische Spelen of het wereldkampioenschap voetbal. 

Voor Nederlanders is onze kustlijn een gegeven waar we dankbaar gebruik van maken met zondagse uitjes en vakanties. Het unieke karakter van Nederland vergeten we gemakshalve omdat het zo vanzelfsprekend is. Amerikanen, Chinezen of Russen vergapen zich aan onze stranden en kustplaatsen, die ze als niets anders dan paradijselijk bestempelen. Zo zien ze er ook uit, zeker vanuit de lucht. Daarmee hebben de nieuwe eigenaren van het circuit de FOCA – zonder Bernie Eccestone – weten te verleiden om toch eens serieus te kijken naar de mogelijkheid om een F1 race te houden. Assen had misschien zijn zaakjes beter voor elkaar, maar het TT circuit was kansloos tegen het kustcircuit. Het vocht een achterhoedegevecht. Alleen als Zandvoort z’n zaakjes niet voor elkaar zou krijgen, was heel misschien Assen serieus in beeld gekomen.  

Daar kwam nog bij ons eigen nationale racefenomeen: Max Verstappen. Meer was er eigenlijk niet nodig om de FOCA over de streep te krijgen. Het oranje leger dat de Limburgse coureur overal ter wereld volgt heeft indruk gemaakt.  Al moeten we dat volgens een van de nieuwe eigenaren van de baan, Menno de Jong, niet overdrijven. In 2016 namen hij en Bernard van Oranje, verenigd in het investeringsvehikel Chapman Andretti BV na 27 jaar het stokje over van Hans Ernst. Naar verluidt voor een bedrag rond de 10 miljoen dollar. Ze maakten meteen er meteen werk van, want tijdens het FIA gala van 2016 in Londen vroegen ze informatief aan Bernie Ecclestone, die toen nog de baas was, wat er voor nodig was om de F1 terug te krijgen in Nederland. Ze hadden een mooie baan, waar wel wat aan moest gebeuren, maar hij lag daar toch maar prachtig, met al z’n geschiedenis. En Nederland had Max en Heineken en was zo een grote speler in de wereld van de Formule 1.

Ecclestone zei letterlijk: vergeet Max, vergeet Heineken. It’s all about the money. En als een van de rijkste mensen uit het verenigd koninkrijk dat zegt, dan neem je dat natuurlijk aan. Zelfs al ben je van koninklijke bloede. Toch?

Zo is de Formule 1 in Nederland als een fenix uit de as herrezen. Nou ja, herrezen, eigenlijk geboren uit een goed huwelijk tussen Verstappen en Zandvoort.  De as is inmiddels omgetoverd tot vruchtbare aarde, waar een wereldfenomeen goed op kan gedijen.

Ik verheug met enorm op het eerste weekeinde in mei, en ik denk met mij miljoenen Nederlanders. Het circuit ligt er fantastisch bij en heeft een volstrekt unieke vormgeving, waarbij van alles mogelijk is. Het kan bijvoorbeeld regenen, waar ik vurig op hoop. Zo’n vreemde aanname is dat niet in het vroege voorjaar in Nederland. Bij regenraces kunnen alle weddenschappen uit het raam, gebeuren er de gekste dingen. En wat te denken van de Arie Luyendijk kombocht. In het rijke oeuvre van de F1 geschiedenis is het een unicum. Ik denk dan terug aan de race in Indianapolis van 2005, die uitmondde in een van de pikantste momenten uit de historie. De teams die met Michelin banden aan de wedstrijd begonnen durfden het niet aan en trokken zich terug.

De banking van de Luijendijk-bocht is twee keer zo steil die van Indianapolis – 18 graden – en het zal voor bandenleverancier Pirelli nog een hele uitdaging worden om die klus te klaren. Michelin verloor in 2005 heel wat geloofwaardigheid en trok zich terug uit de Formule 1. 

The Dutch Grand Prix van 2020 zal onder een vergrootglas liggen op 3 mei. Bij de hele wereld. Niet alleen door die kombocht, maar door de optelsom van exclusieve elementen. Het beeld vanuit de lucht, de strijd op de baan en de kansen van titelkandidaat Max Verstappen.

Met Zandvoort, en Max Verstappen staat Nederland op het gebied van de autosport internationaal zeker weer op de kaart. In ieder geval voor de komende drie jaar, want zo lang duurt het contract dat met de FOCA is gesloten.

Al met al belooft het een geweldig internationaal sportjaar te worden.

Mét de Formule 1.

De Formule 1 komt thuis

December 2019 verschenen: Zandvoort: de Formule 1 komt thuis.

De Formule 1 komy thuis
Een anekdotische geschiedenis van een Nederlands Formule 1-circuit

Een anekdotische geschiedenis van het circuit van Zandvoort. Dankzij Max Verstappen heeft Nederland weer een Formule 1-race op een baan die alle woeste stormen van de tijd heeft doorstaan, zij het ternauwernood. Doden, een slechte pers en financiele problemen hebben het circuit, dat al in 1950 in gebruik genomen is, aan de rand van de afgrond gebracht. Tot een jonge man uit Limburg de Formule 1 wakker kuste. Sindsdien in Nederland in de greep gekomen van de autosport. Bij een demorun van Verstappens Red Bull komen meer bezoekers dan bij een uitzwaaiwedstrijd van het Nederlands voetbalelftal. Om maar aan te geven hoe heet de Formule 1 is.

Maar, zoals Bernie Ecclestone aan de nieuwe eigenaren toevertrouwde: het gaat niet om Verstappen, Heineken of Jumbo.

It’s all about the money

WC Pedia

Alles wat je wil weten over de Formule 1 maar waar je bang voor bent om het te vragen.