Q&A

Over Max

Hoe ben je op het idee gekomen om een boek over Max te schrijven?

Het was eigenlijk mijn idee niet. Ik had een afspraak bij uitgeverij Karakter in Uithoorn voor een ander project. Dat project vond men niet zo interessant, maar ze hadden wel iets anders. Of ik in staat zou zijn een boek over Max Verstappen te maken. Ik heb een Formule 1-achtergrond als verslaggever, dus het terrein was me niet onbekend. Het leek me ook wel een mooie uitdaging.

De ingrediënten voor een goed verhaal waren aanwezig.  Hier was een zeventienjarige jongen zonder rijbewijs, die in de snelste auto’s ter wereld mocht rijden op een van de grootste podia ter wereld. Als dat niet bijzonder is, dan weet ik het ook niet meer. En dan z’n vader, de rol van Jos. Ik vond het interessant om te onderzoeken hoe een jambekkie van zeventien zo snel in die moeilijke wereld terecht wist te komen.

Hoe heb je het aangepakt?

Voor mij stond al snel vast hoe ik het moest doen. Reconstrueren welke stappen hij heeft gezet op weg naar de Formule 1. Die stappen stonden in Nederland, dus heb ik een aantal mensen benaderd die een rol hebben gespeeld in dat traject. Dan kom je al gauw bij de usual suspects terecht in de Nederlandse autosport, want die wereld is betrekkelijk klein. Iedereen kent iedereen. Nadat ik vijf mensen had benaderd die wel wilden meewerken, dacht ik dat ik het wel rond zou krijgen en heb het contract getekend.

Ben je tevreden over het resultaat?

Ik ben nooit tevreden, maar dit was denk ik het maximaal haalbare. Ik moest roeien met de riemen die ik had. Het moest een boek worden voor nieuwkomers in de Formule 1. Mensen die zich afvroegen waar die Max Verstappen vandaan kwam en wat al die kouwe drukte in de media betekende. Ik hoop de lezer stap voor stap in mee te voeren in die onbekende wereld.  En toen won hij in Barcelona. De timing had niet beter gekund. Ik was al driekwart onderweg toen hij de Grand Prix van Spanje won. We hebben het vervolgens een paar weken naar voren gehaald.

Heeft Max het boek gelezen?

Het zou me verbazen.

Heb je Max wel eens ontmoet?

Nee, maar ik denk niet dat je iemand per se moet ontmoeten om erover te kunnen schrijven. Zeker niet zo’n publiek persoon, die elke week in het nieuws is. Om over Mars te schrijven hoef ik er niet te zijn geweest. Er verschijnen boeken over Trump, Poetin, Bob Dylan, David Bowie, Johan Cruijff en noem maar op. De meeste schrijvers hebben hun ‘onderwerpen’ nooit ontmoet.

Hoe reageerde het management?

Het management vond de tijd niet rijp voor een biografie. Daar was Max nog te jong voor vonden zij. Maar ik zag een fantastisch verhaal en hoopte vervolgens dat het een succes werd. Maar stel dat Max Barcelona niet had gewonnen, niet was overgestapt naar Red Bull, dan lag er een heel ander scenario. Of stel dat hij net zo’n loopbaan als zijn vader had gekregen? Ook dan zou het boek zijn verschenen, maar was de impact aanzienlijk kleiner geweest. Ik had geluk, dat geef ik toe. Alles viel op zijn plaats op het juiste moment. Maar dat is ook gevoel voor timing. Nadat ik met al die mensen had gesproken, was ik al wel overtuigd van het feit dat we hier te maken zouden krijgen met een bijzonder Nederlands fenomeen in een grote internationale sport.

Over Formule 1

Na minder dan een jaar lag er een nieuw boek in de schappen.

Ja, de uitgever wilde graag een volgend boek van me. Het idee om de Formule 1 van een andere kant te beschrijven had ik al langer en dit was daarom een logisch vervolg.

Waarom?

Door Max bestond misschien de indruk dat het allemaal zo maar even gebeurde. Als je talent had en je werkte hard, dan zou het wel goed komen. Als er één sport is waar deze regel niet voor geldt is het de Formule 1. Het is politiek, geluk, geld en pas daarna komt het talent en de ambitie. Aan de hand van praktijkvoorbeelden deels in Nederland deels daarbuiten heb ik geprobeerd een beeld te schetsen van de harde werkelijkheid.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

In de actuele versie van die boek staan twee voorbeelden van Nederlandse coureurs die het leven hebben gelaten bij hun jacht naar de wereldtop. Jongens die er alles voor over hadden, maar onderweg verongelukten. De Zandvoorter Wim Loos zou al een contract bij Ferrari hebben, toen hij in een toerwagenklasse in Spa crashte. Marcel Albers was een blauwdruk van Max, zo vertelt vader Jacques liefdevol. Maar hij kwam om het leven in Engeland in een Formule 3 race. Autocoureurs willen zo graag in de snelste wagens rijden, dat ze er alles voor over hebben zelfs hun leven. Michael Bleekemolen, die eenmalig een F1 race heeft gereden, stapte in auto’s, die houtje touwtje aan elkaar hingen, maar wel over de driehonderd gingen.

Je hebt ook een lang verhaal opgenomen over Christijan Albers. Dat was toch een brokkenpiloot, eigenlijk een lachertje?

Dat is de makkelijke versie. Hij wilde graag, te graag. Maar hij kon echt sturen en was verdomd snel. Hij is Formule 3-kampioen geweest, DTM-races gewonnen, een dodelijk competietive klasse, iets wat Max niet is gelukt. Christijan ging ten onder door zijn eigen gretigheid, maar vooral vanwege politieke en financieel spelletjes, waarbij Spyker een dieptepunt was. Over lachtertje gesproken.

Daarbij heb je ook internationale voorbeelden gebruikt.

Formule 1 was niet altijd zo gestructureerd als nu. Onder de vorige eigenaar, Bernie Ecclestone, was het een wildwest show, waarbij politiek, eigenbelang en hebzucht elkaar in de wielen reden. Prachtige verhalen die fascinerend zijn om te schrijven. Nu oogt de show als een geoliede machine, maar op de achtergrond draait het nog steeds om politiek en macht. Alleen is het zo gecompliceerd en geheimzinnig geworden, dat geen journalist meer echt door de eerste beveilingslinie komt. Bovendien, als ze iets goed kunnen tegenwoordig is de pr controleren. De teambazen en coureurs hebben alles behoorlijk onder controle. Dus daarom heb ik voorbeeld uit de rijke historie gebruikt.

Waarom vind je de Formule 1 zo fascinerend?

Het is de perfecte combinatie van sport, wetenschap en entertainment.

Over Dodelijke Ambitie

Een thriller, dat is wel even andere koek.

Zeg dat wel. Maar ontzettend leuk om te doen. Als journalist heb ik me altijd aan de feiten moeten houden, maar bij een thriller kan ik de geest laten waaien en doen de feiten er niet toe. Je kunt echt van alles verzinnen.

Van alles?

Nou ja, de enige beperking is natuurlijk de geloofwaardigheid. Je kunt ver gaan en dat heb ik ook gedaan, maar het moet wel blijven hangen aan de realiteit, als is het aan je vingernagels.

En die realiteit is, dat de meeste races eigenlijk doodsaai zijn?

Daar komt het wel op neer. Als we in Nederland Max Verstappen niet hadden, bleven alleen de diehards op een zomerse zondagmiddag thuis om een Formule 1-race te bekijken. Het wordt interessant door strijd en spanning, door veranderde krachtsverhoudingen. Die heb ik voor dit verhaal maar eens goed door elkaar geschud.

Hoe kwam je op het idee. Een teambaas die alles in het werkt stelt om de top te halen. Is dat geïnspireerd op de werkelijkheid?

Ja, je zou kunnen zeggen: geïnspireerd op waargebeurde feiten. Het is misschien wel een aardige quiz om de personen in het boek te duiden. Nee, hoofdpersonen zijn altijd een karaktermix van bestaande individuen, zoals meestal met romanfiguren. Het komt er eigenlijk op neer dat alles wat zou kunnen gebeuren in dit verhaal ook daadwerkelijk gebeurt. En ik ben een fan van de Calimero’s in de sport.  Als IJsland wereldkampioen voetbal wordt, raken we er nooit over uitgepraat.

Waarom heb je een groot deel van het verhaal in Finland – off all places – gesitueerd?

Dat is een beetje tonque in cheek humor. Dat zo’n klein land zoveel topcoureurs produceert, waaronder drie wereldkampioenen, is op z’n zachtst gezegd merkwaardig. Ze hebben er niet eens een circuit. Het is bovendien een extreem land met de aparte mentaliteit van zwijgzaamheid. Daarmee heb je al aardig wat schrijfmateriaal in handen.

Denk je dat er ook nu nog wordt gefraudeerd?

Alles wat ik daarover zeg is pure speculatie. Ik sluit niets uit. Het is topsport waarbij grote financiële belangen spelen en wie wil weten waar dat toe leidt hoeft alleen maar naar de wielersport te krijgen. Die zou ook dopingvrij zijn. Nu, winnaars van vijf jaar geleden worden nog betrapt. Het is alleen zo dat de Formule 1 beter z’n zaakjes afschermt. Dat hebben ze veel beter voor elkaar dan de wielerbond, die de jacht opent op z’n eigen protagonisten. De F1 bewaakt z’n belangen veel beter.

Komt er een vervolg?

Vast.